Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Overeenkomst inzake de oprichting van een Internationale Commissie voor de Internationale Opsporingsdienst· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 6 juni 1955

a). Bij deze wordt een Internationale Commissie opgericht, bestaande uit een vertegenwoordiger van elk der bij deze Overeenkomst partij zijnde Regeringen en onder voorzitterschap van een van deze vertegenwoordigers. De eerste voorzitter van de Internationale Commissie is het Belgische lid. b). De Internationale Commissie kan, met eenparigheid van stemmen, door andere belanghebbende Regeringen aangewezen vertegenwoordigers uitnodigen, deel te nemen aan alle besprekingen over aangelegenheden welke voor die Regeringen van belang zijn. De Secretaris-Generaal van de Westeuropese Unie of diens vertegenwoordiger, en een vertegenwoordiger van het Internationale Comité van het Rode Kruis kunnen op hun verzoek de besprekingen bijwonen; zij ontvangen een afschrift van de notulen van alle vergaderingen van de Internationale Commissie. c). De Internationale Commissie wordt voor de eerste keer door de voorzitter bijeengeroepen niet later dan zestig dagen na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst. Daarna vergadert zij wanneer zij zulks zal besluiten, met dien verstande dat haar voorzitter haar bijeenroept binnen dertig dagen na een verzoek gedaan door twee van haar leden of door de Secretaris-Generaal van de Westeuropese Unie of door het Internationale Comité van het Rode Kruis. d). De Internationale Commissie neemt haar besluiten bij eenvoudige meerderheid van de door de aanwezige of vertegenwoordigde leden uitgebrachte stemmen, tenzij de Internationale Commissie anders mocht beslissen of enige andere procedure uitdrukkelijk is vastgesteld. e). De Internationale Commissie stelt zelf haar huishoudelijk reglement vast, voor zover dit niet reeds is geschied. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1956/1, Trb. 1961/111 en Trb. 1970/33.

Rechtspraak bij dit artikel