Naar hoofdinhoud

Artikel VIII

Interpretatie en arbitrage

Onderdeel van Overeenkomst betreffende de Internationale Financieringsmaatschappij· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 28 december 1956

(a). Ieder meningsverschil dat omtrent de interpretatie der voorschriften van deze Overeenkomst tussen enig lid van de Maatschappij of tussen de leden onderling ontstaat, wordt aan de Raad van Directeuren ter beslissing voorgelegd. Indien het geschilpunt in bijzondere mate enig lid van de Maatschappij aangaat, hetwelk niet het recht heeft een Bewindvoerder van de Bank te benoemen, heeft dit lid het recht zich te laten vertegenwoordigen in overeenstemming met artikel IV, afdeling 4 (g). (b). In elk geval waarin de Raad van Directeuren volgens bovenstaand lid (a) een beslissing heeft genomen, kan een lid verzoeken dat het vraagstuk verwezen wordt naar de Raad van Bestuur, wiens beslissing bindend is. Hangende de uitslag van de verwijzing naar de Raad kan de Maatschappij, voorzover zij dit nodig acht handelen op grond van de beslissing van de Raad van Directeuren. (c). Telkens wanneer onenigheid ontstaat tussen de Maatschappij en een land, dat opgehouden heeft lid te zijn, of tussen de Maatschappij en enig lid tijdens de permanente opschorting der werkzaamheden van de Maatschappij, wordt een dergelijk geschilpunt onderworpen aan arbitrage door een tribunaal van drie arbiters, waarvan één door de Maatschappij benoemd wordt, een andere door het betrokken land, en een scheidsrechter die, tenzij partijen anders overeenkomen, benoemd wordt door de President van het Internationale Gerechtshof of een andere autoriteit, welke daarvoor bij een door de Maatschappij te treffen regeling aangewezen is. De scheidsrechter heeft de volledige bevoegdheid alle vragen betreffende de procedure te beslissen, wanneer naar aanleiding daarvan onenigheid tussen partijen bestaat.

Rechtspraak bij dit artikel