Naar hoofdinhoud

Artikel II

Lidmaatschap; eerste bijdragen

Onderdeel van Overeenkomst betreffende de Internationale Ontwikkelingsassociatie· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 30 juni 1961

De oorspronkelijke leden van de Associatie zijn die in Tabel A vermelde leden van de Bank die op of voor de in artikel XI, afdeling 2c), genoemde datum het lidmaatschap van de Associatie aanvaarden. Het lidmaatschap staat voor de andere leden van de Bank open op door de Associatie te bepalen tijdstippen en voorwaarden. Bij aanvaarding van het lidmaatschap schrijft elk lid in voor een bijdrage ten belope van het voor hem vastgestelde bedrag. Deze bijdragen worden in deze Overeenkomst aangeduid als eerste bijdragen. De voor ieder oorspronkelijk lid vastgestelde eerste bijdrage beloopt het in Tabel A achter zijn naam vermelde bedrag, uitgedrukt in dollars van de Verenigde Staten van het op 1 januari 1960 geldende gewicht en gehalte. Een tiende van de eerste bijdrage van ieder oorspronkelijk lid dient als volgt in goud of vrij inwisselbare valuta te worden betaald: vijftig procent binnen dertig dagen na de datum waarop de Associatie haar werkzaamheden ingevolge artikel XI, afdeling 4, aanvangt, of, in het geval van een oorspronkelijk lid dat eerst na dat tijdstip lid wordt, op de datum waarop het het lidmaatschap aanvaardt; twaalf en een half procent een jaar na de aanvang der werkzaamheden van de Associatie; en daarna jaarlijks twaalf en een half procent met tussenpozen van een jaar totdat het tiende deel van de eerste bijdrage volledig betaald is. De overige negen tienden van de eerste bijdrage van ieder oorspronkelijk lid dienen in het geval van leden, vermeld in deel I van Tabel A, in goud of vrij inwisselbare valuta, en in het geval van leden, vermeld in deel II van Tabel A, in de valuta van het inschrijvende lid te worden betaald. Dit negen tiende deel van de eerste bijdragen van oorspronkelijke leden dient in vijf gelijke jaarlijkse termijnen te worden betaald en wel als volgt: de eerste termijn binnen dertig dagen na de datum waarop de Associatie haar werkzaamheden ingevolge artikel XI, afdeling 4, aanvangt, of, in het geval van een oorspronkelijk lid dat eerst na dat tijdstip lid wordt, op de datum waarop het het lidmaatschap aanvaardt; de tweede termijn een jaar na de aanvang der werkzaamheden van de Associatie, en de daaropvolgende termijnen jaarlijks daarna met tussenpozen van een jaar totdat het negen tiende deel van de eerste bijdrage volledig betaald is. Voor zover de Associatie de krachtens de voorgaande paragraaf d) of afdeling 2 van artikel IV door een lid betaalde valuta van dat lid niet voor haar werkzaamheden behoeft, neemt zij in plaats daarvan promessen of soortgelijke schuldbekentenissen aan die door de regering van dat lid of door een door dat lid aangewezen bewaarinstelling zijn uitgegeven. Deze schuldbekentenissen dragen geen rente, zijn niet verhandelbaar en zijn op zicht a pari betaalbaar ten gunste van de bij de aangewezen bewaarinstelling gehouden rekening der Associatie. Voor de doeleinden van deze Overeenkomst beschouwt de Associatie als „vrij inwisselbare valuta”: de valuta van een lid waarvan de inwisselbaarheid in de valuta's van andere leden, naar het na overleg met het Internationale Monetaire Fonds gevormde oordeel van de Associatie, voor haar werkzaamheden toereikend is; of de valuta van een lid, welke dat lid op voor de Associatie bevredigende voorwaarden bereid is voor de werkzaamheden der Associatie in de valuta's van andere leden om te wisselen. Behoudens door de Associatie goed te keuren uitzonderingen, is ieder in deel I van Tabel A vermeld lid verplicht ten opzichte van zijn valuta die het ingevolge paragraaf d) van deze afdeling als vrij inwisselbare valuta betaald heeft, dezelfde inwisselbaarheid te handhaven als die welke ten tijde der betaling gold. De voorwaarden waarop leden die geen oorspronkelijke leden zijn, mogen inschrijven voor hun eerste bijdragen, de bedragen der bijdragen en de betalingsvoorwaarden voor deze bijdragen, worden door de Associatie ingevolge afdeling 1b) van dit artikel vastgesteld. Geen lid is uit hoofde van zijn lidmaatschap voor de verbintenissen der Associatie aansprakelijk.

Rechtspraak bij dit artikel