**a).** Iedere vraag omtrent de uitlegging der bepalingen van deze Overeenkomst die zich voordoet tussen een lid en de Associatie of tussen leden van de Associatie onderling wordt aan de bewindvoerders ter beslissing voorgelegd. Indien de vraag in bijzondere mate een lid van de Associatie aangaat, dat niet gerechtigd is een bewindvoerder van de Bank te benoemen, heeft dit lid het recht zich te doen vertegenwoordigen overeenkomstig artikel VI, afdeling 4 g).
**b).** In elk geval waarin de bewindvoerders ingevolge paragraaf a) een beslissing hebben genomen, kan een lid verzoeken, dat het geschilpunt wordt verwezen naar de Raad van Bestuur, welks beslissing bindend is. Hangende de uitslag van de verwijzing naar de Raad kan de Associatie, voor zover zij dit nodig acht, handelen op grond van de beslissing van de bewindvoerders.
**c).** Wanneer een geschil ontstaat tussen de Associatie en een land, dat opgehouden heeft lid te zijn, of tussen de Associatie en een lid na de staking der werkzaamheden van de Associatie, wordt een dergelijk geschil onderworpen aan arbitrage door een tribunaal van drie arbiters, waarvan er één door de Associatie benoemd wordt, een andere door het betrokken land, en een scheidsrechter, die, tenzij partijen anders overeenkomen, benoemd wordt door de President van het Internationale Gerechtshof of een andere autoriteit die daarvoor bij een door de Associatie aangenomen regeling aangewezen is. De scheidsrechter heeft de volledige bevoegdheid alle vragen betreffende de procedure te beslissen indien ter zake daarvan onenigheid tussen partijen bestaat.
Artikel X
Uitlegging en arbitrage
Onderdeel van Overeenkomst betreffende de Internationale Ontwikkelingsassociatie· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 30 juni 1961