De Staten-Leden vaardigen naar de bijeenkomsten van de Conferentie ten hoogste drie officiële vertegenwoordigers af. Zo mogelijk moet een van hen in zijn land ambtenaar in werkelijke dienst zijn van de Dienst van Maten en Gewichten of van een andere dienst welke zich bezig houdt met wettelijke metrologie. Slechts een van hen heeft stemrecht.
Deze afgevaardigden behoeven niet van volmacht te zijn voorzien, behalve, op verzoek van de Commissie, in bijzondere gevallen en voor nauwkeurig omschreven kwesties.
Iedere Staat draagt de kosten welke betrekking hebben op zijn vertegenwoordiging ter Conferentie.
De Leden van de Commissie, die niet door hun Regering mochten zijn afgevaardigd, hebben het recht, met raadgevende stem aan de bijeenkomsten deel te nemen.
HOOFDSTUK II › Paragraaf
Artikel VII
Artikel VII
Onderdeel van Verdrag tot oprichting van een Internationale Organisatie voor wettelijke metrologie· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 12 juli 1958