De Directeur van het Bureau is gemachtigd, op eigen gezag de uitgaven voor het functioneren van de Organisatie vast te stellen en te regelen.
Slechts met toestemming van de Voorzitter der Commissie mag hij:
de buitengewone uitgaven regelen;
aan de reserve-kredieten fondsen onttrekken, welke noodzakelijk zijn om de uitvoering van de begroting te verzekeren ingeval de ontvangsten onvoldoende mochten zijn.
De begrotingsoverschotten blijven tijdens de gehele financiële periode beschikbaar.
Het begrotingsbeheer van de Directeur moet ter controle worden overgelegd aan de Commissie, die het tijdens elke zitting verifieert.
Na afloop der financiële periode legt de Commissie ter controle aan de Conferentie een beheersverslag over.
De Conferentie bepaalt de bestemming welke moet worden gegeven aan de begrotingsoverschotten. Het bedrag van deze overschotten kan worden afgetrokken van de contributies der Staten-Leden dan wel worden toegevoegd aan de reserve-kredieten.
HOOFDSTUK III
Artikel XXV
Artikel XXV
Onderdeel van Verdrag tot oprichting van een Internationale Organisatie voor wettelijke metrologie· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 12 juli 1958