**1.** De Organisatie geniet de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor de uitoefening van haar functies en de verwezenlijking van haar doeleinden.
**2.** De vertegenwoordigers van Lidstaten, de Directeur-Generaal, de Plaatsvervangend Directeur-Generaal en het personeel van de Administratie genieten eveneens de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor de onafhankelijke uitoefening van hun functies in verband met de Organisatie.
**3.** Deze voorrechten en immuniteiten worden omschreven in overeenkomsten tussen de Organisatie en de betrokken Staten of vastgesteld door middel van andere door deze Staten genomen maatregelen.
Volgens Trb. 2000/57 vernummerd tot art. 23.
HOOFDSTUK IX
Artikel 28
Artikel 28
Onderdeel van Statuut van de Internationale Organisatie voor Migratie· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 14 november 1989