Naar hoofdinhoud
1. Een Verdragsluitende Staat vergoedt de schade zoals beschreven in lid 4 wanneer deze schade: zich heeft voorgedaan in het luchtruim boven zijn grondgebied of dat onder zijn verantwoordelijkheid in overeenstemming met de regels van ICAO; en is veroorzaakt door de fout van een verlener van luchtverkeersdiensten die is aangewezen in overeenstemming met artikel 12 of die van zijn medewerkers of van elke andere persoon die in zijn naam optreedt, en die niet de verlener is waarvan de hoofdvestiging zich bevindt op het grondgebied van de betrokken Verdragsluitende Staat. De verlener van luchtverkeersdiensten vermeld in b wordt hierna de effectieve verlener van luchtverkeersdiensten genoemd. 2. Er mag niet rechtstreeks een zaak aanhangig worden gemaakt tegen de effectieve verlener van luchtverkeersdiensten of tegen zijn medewerkers of tegen elke andere persoon die in zijn naam optreedt. 3. Als er geen zaak aanhangig wordt gemaakt binnen een periode van twee jaar vanaf de datum van de definitieve rechterlijke beslissingen zoals bepaald in lid 4, vervalt het recht op schadevergoeding voortvloeiend uit lid 1. 4. Er kan slechts schadevergoeding op basis van lid 1 worden gevorderd voor schade die niet wordt vergoed krachtens definitieve rechterlijke beslissingen die in overeenstemming met specifieke nationale of internationale wetten of voorschriften zijn geveld. Een beslissing wordt als definitief beschouwd als er krachtens de nationale of internationale wetten of voorschriften geen rechtsmiddel tegen open staat. 5. De vordering tot schadevergoeding voortvloeiend uit leden 1 en 4 dient bij de betrokken Verdragsluitende Staat te worden ingediend. De vordering wordt in overweging genomen en wordt al dan niet door de bevoegde autoriteit ingewilligd in overeenstemming met de relevante materiële wetten en voorschriften van de betrokken Verdragsluitende Staat. Als er over de vordering geen consensus wordt bereikt, wordt het geschil door de bevoegde rechter van de betrokken Verdragsluitende Staat, in overeenstemming met zijn relevante materiële nationale wetten en voorschriften, beslecht. 6. De effectieve verlener van luchtverkeersdiensten vergoedt aan de betrokken Verdragsluitende Staat alle overeenkomstig lid 1 betaalde vergoedingen door of opgelopen kosten van deze Verdragsluitende Staat. De Verdragsluitende Staat van de effectieve verlener van luchtverkeersdiensten zorgt ervoor dat deze verplichting wordt nagekomen en neemt, indien de effectieve verlener van luchtverkeersdiensten in gebreke blijft, bij het eerste verzoek diens plaats in om de betrokken Verdragsluitende Staat te vergoeden. 7. Elk geschil betreffende de terugbetaling zoals bepaald in lid 6, tussen de Verdragsluitende Staat van de effectieve verlener van luchtverkeersdiensten en de Verdragsluitende Staat waarnaar wordt verwezen in lid 1 kan door elk van de twee Verdragsluitende Staten worden verwezen naar arbitrage krachtens het „Facultatieve Reglement voor Arbitrage van Geschillen tussen twee Staten van het Permanente Hof van Arbitrage”. De relevante nationale materiële wetten en voorschriften waarnaar in lid 5 wordt verwezen zijn in het geschil van toepassing. De leden 3 en 4 van artikel 32 zijn van toepassing. 8. Niets in dit Verdrag verhindert dat de Verdragsluitende Staat waarnaar in lid 1 wordt verwezen en de Verdragsluitende Staat van de effectieve verlener van luchtverkeersdiensten een overeenkomst bereiken om de kosten die voortvloeien uit de schade waarnaar in lid 1 wordt verwezen, te delen. 9. Niets in dit Verdrag beperkt het recht van een Verdragsluitende Staat of een effectieve verlener van luchtverkeersdiensten om verhaal te halen bij om het even welke andere natuurlijke of rechtspersoon. 10. De Verdragsluitende Staten brengen elkaar op de hoogte zodra zij informatie over een vordering tot schadevergoeding voortvloeiend uit leden 1 en 4 ontvangen en zodra een vordering definitief is geregeld. 11. De aangewezen verleners van luchtverkeersdiensten dekken zich voldoende in voor de aansprakelijkheid die zij krachtens dit Verdrag dragen, zodat zij kunnen voldoen aan de verplichting die aan hen door lid 6 wordt opgelegd. 12. Dit artikel is van toepassing zonder afbreuk te doen aan de internationale overeenkomsten met betrekking tot schade die wordt toegebracht door strijdkrachten van een Verdragsluitende Staat op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Staat. 13. Dit artikel heeft voorrang boven de bepalingen inzake aansprakelijkheid in elke overeenkomst tussen twee Verdragsluitende Staten met betrekking tot het verlenen van luchtverkeersdiensten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel