Naar hoofdinhoud
1. De Verdragsluitende Staten kunnen op elk ogenblik unaniem beslissen om dit Verdrag te beëindigen. 2. De beëindiging wordt bewerkstelligd door de indiening bij de Depositaris van een schriftelijke verklaring van de Verdragsluitende Staten dat dit Verdrag buiten werking treedt op een door de Verdragsluitende Staten vastgestelde datum. 3. De Verdragsluitende Staten bepalen samen de kosten van de beëindiging en de toewijzing van die kosten. 4. Elke Verdragsluitende Staat heeft het recht om onmiddellijk de toepassing van dit Verdrag geheel of gedeeltelijk op te schorten om redenen van nationale veiligheid. De Verdragsluitende Staat die de toepassing van dit Verdrag geheel of gedeeltelijk opschort brengt de andere Verdragsluitende Staten onmiddellijk op de hoogte van zijn beslissing en stelt de Depositaris overeenkomstig in kennis. 5. De Verdragsluitende Staat die de toepassing van dit Verdrag geheel of gedeeltelijk opschort streeft ernaar de opschorting zo snel mogelijk te beëindigen. Hij zal de andere Verdragsluitende Staten onmiddellijk op de hoogte brengen van zijn beslissing en de Depositaris overeenkomstig in kennis stellen. 6. De Verdragsluitende Staat die de toepassing van dit Verdrag geheel of gedeeltelijk opschort, draagt in beginsel de kosten van die opschorting. De financiële gevolgen van de opschorting worden bepaald in een speciale overeenkomst tussen de Verdragsluitende Staat die de toepassing van dit Verdrag opschort en de andere Verdragsluitende Staten. 7. De beëindiging en de opschorting ontheffen de betreffende Verdragsluitende Staat/Staten niet van de verplichting om te voldoen aan artikel 32.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel