Naar hoofdinhoud
1. In het geval een FIR of een UIR zich uitstrekt tot in het luchtruim boven het grondgebied van een andere Verdragsluitende Staat, wordt de soevereiniteit van de betreffende Verdragsluitende Staat met betrekking tot dat gedeelte van het luchtruim boven zijn grondgebied niet aangetast. 2. De bepalingen van dit Verdrag doen geen afbreuk aan de bevoegdheden van de Verdragsluitende Staten met betrekking tot veiligheids- en militaire belangen.

Rechtspraak bij dit artikel