Naar hoofdinhoud
1. De overeengekomen diensten kunnen, naar verkiezing van de Overeenkomstsluitende Partij aan wie de rechten worden verleend, onmiddellijk dan wel op een later tijdstip worden geopend, op voorwaarde dat de Overeenkomstsluitende Partij aan wie de rechten zijn verleend, een luchtvaartmaatschappij (hierna te noemen een „aangewezen luchtvaartmaatschappij”) voor de omschreven routes heeft aangewezen, en de Overeenkomstsluitende Partij die de rechten verleent, aan de betrokken luchtvaartmaatschappij de passende exploitatievergunning heeft verleend, hetgeen zij behoudens het bepaalde in lid 2 van dit Artikel en in Artikel 7 zonder onnodige vertraging zal doen. 2. Van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan worden verlangd, dat zij ten genoegen van de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij aantoont, dat zij in staat is de voorwaarden na te komen, voorgeschreven bij of krachtens de wetten en voorschriften welke gewoonlijk door die autoriteiten ten aanzien van de exploitatie van internationale luchtdiensten worden toegepast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel