**(A).** Elke Overeenkomstsluitende Partij zal het recht hebben het aanvaarden van de aanwijzing van een luchtvaartmaatschappij te weigeren en de verlening aan een luchtvaartmaatschappij van de in de Bijlage bij deze Overeenkomst omschreven rechten te onthouden of in te trekken dan wel ten aanzien van de uitoefening van deze rechten door een luchtvaartmaatschappij zodanige voorwaarden te stellen als haar noodzakelijk voorkomt, in elk geval, waarin niet tot haar genoegen is gebleken, dat het overwegende eigendomsrecht en de daadwerkelijke leiding van die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij, welke de luchtvaartmaatschappij aanwijst, dan wel bij onderdanen van die Overeenkomstsluitende Partij.
**(B).** Elke Overeenkomstsluitende Partij zal het recht hebben de uitoefening door een luchtvaartmaatschappij van de in de Bijlage bij deze Overeenkomst omschreven rechten op te schorten of ten aanzien van de uitoefening van die rechten zodanige voorwaarden te stellen als haar noodzakelijk voorkomt, in elke geval, dat de luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de wetten en bepalingen van de Overeenkomstsluitende Partij, welke die rechten verleent, of de voorwaarden, vervat in deze Overeenkomst, na te komen.
**(C).** Stappen ingevolge de leden (A) en (B) van dit Artikel tot intrekking of opschorting van de in de Bijlage bij deze Overeenkomst omschreven rechten of tot het stellen van voorwaarden ten aanzien van de uitoefening daarvan zullen niet worden ondernomen dan nadat schriftelijk en met vermelding van de beweegredenen tot zodanige voorgenomen stappen mededeling is gedaan aan de andere Overeenkomstsluitende Partij en overleg tussen de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen niet geleid heeft tot overeenstemming binnen een periode van dertig dagen na de datum, waarop deze mededeling bij de gewone wijze van verzending door de Overeenkomstsluitende Partij, aan welke zij is gericht, ontvangen zou zijn, een en ander met dien verstande dat, indien de beweerde nalatigheid om de exploitatie uit te voeren overeenkomstig de voorwaarden vermeld in lid (B) van dit Artikel betrekking heeft op Paragraaf III van de Bijlage bij deze Overeenkomst, een periode van negentig dagen na genoemde datum voor een zodanig overleg zal zijn toegestaan.
**(D).** In geval een van de Overeenkomstsluitende Partijen op grond van lid (B) van dit Artikel stappen onderneemt zullen de rechten van de andere Overeenkomstsluitende Partij op grond van Artikel VIII niet worden aangetast, maar de Overeenkomstsluitende Partij, naar wier mening nalatigheid, als in het vorenstaande bedoeld, heeft plaatsgehad, kan, niettegenstaande maatregelen op grond van Artikel VIII en hangende een op grond van Artikel VIII te geven uiteindelijke beslissing, ingevolge lid (B) van dit Artikel de uitoefening van de in de Bijlage bij deze Overeenkomst omschreven rechten opschorten of voorwaarden ten aanzien van de uitoefening van die rechten stellen.
Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Australië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 29 april 2008 (Pb. EU L 149 van 7 juni 2008, blz. 65-73) wordt vanaf 2 juli 2009, wanneer in de tekst van de Overeenkomst, met Bijlage, wordt verwezen naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2012/160). De bepalingen van artikel 2, derde en vierde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Australië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 29 april 2008 (Pb. EU L 149 van 7 juni 2008, blz. 65-73) hebben vanaf 2 juli 2009 voorrang op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2012/160).
Artikel VI
Artikel VI
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Gemenebest van Australië voor de instelling van luchtdiensten· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 25 september 1951