Naar hoofdinhoud
(A). Indien een algemeen multilaterale luchtvaartovereenkomst met betrekking tot beide Overeenkomstsluitende Partijen van kracht wordt, zal deze Overeenkomst opnieuw worden bezien om te bepalen of zij al dan niet, zich verdragende met zulk een multilaterale overeenkomst, van kracht kan blijven. (B). Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen het wenselijk acht de bepalingen van deze Overeenkomst te wijzigen, kan zij verzoeken dat de luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen overleg plegen en zodanig overleg moet aanvangen binnen een periode van zestig dagen te rekenen van de datum van het verzoek. Wanneer deze luchtvaartautoriteiten tot overeenstemming komen aangaande wijzigingen van de Overeenkomst, zullen zodanige wijzigingen in werking treden, wanneer zij door de Overeenkomstsluitende Partijen zijn bevestigd door een notawisseling langs diplomatieke weg. (C). Wijzigingen door een Overeenkomstsluitende Partij aangebracht in de tussenlandingsplaatsen op de omschreven luchtroutes, waarvoor haar aangewezen luchtvaartmaatschappijen een vergunning hebben, behalve die, welke wijziging brengen in de plaatsen, welke door de aangewezen luchtvaartmaatschappij worden aangedaan op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij; of ten gevolge hebben dat de route niet redelijk rechtstreeks is, zullen niet beschouwd worden als wijzigingen van deze Overeenkomst en elke Overeenkomstsluitende Partij mag derhalve zulke wijzigingen aanbrengen, mits van iedere zodanige wijziging onverwijld mededeling gedaan wordt aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Indien de luchtvaartautoriteiten van deze andere Overeenkomstsluitende Partij menen, dat daardoor inbreuk gemaakt wordt op de beginselen, uiteengezet in Paragraaf III van de Bijlage bij deze Overeenkomst, en dat deze inbreuk de belangen van een van hun luchtvaartmaatschappijen aantast wegens het bewerkstelligen van vervoer door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de eerste Overeenkomstsluitende Partij tussen het grondgebied van de tweede Overeenkomstsluitende Partij en het nieuwe punt op het grondgebied van een derde land, kunnen de luchtvaartautoriteiten van de tweede Overeenkomstsluitende Partij verzoeken om overleg overeenkomstig het bepaalde in lid (A) van Artikel VII. Ingevolge artikel 1, derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Australië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 29 april 2008 (Pb. EU L 149 van 7 juni 2008, blz. 65-73) wordt vanaf 2 juli 2009, wanneer in de tekst van de Overeenkomst, met Bijlage, wordt verwezen naar luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit begrepen als een verwijzing naar de door het Koninkrijk der Nederlanden aangewezen luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen (Trb. 2012/160).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel