**1.** Elke Overeenkomstsluitende Partij zal zonder uitstel aan de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen onderneming de noodzakelijke exploitatievergunning afgeven, mits de voorschriften van de leden 2 en 3 van dit artikel zijn in acht genomen.
**2.** Alvorens de in lid 1 van dit artikel vermelde vergunning af te geven, kan de luchtvaartautoriteit van de betrokken Overeenkomstsluitende Partij het bewijs verlangen, dat de betreffende onderneming van de andere Overeenkomstsluitende Partij in staat is te voldoen aan de voorwaarden welke voorzien zijn in de wetten, reglementen en voorschriften welke gewoonlijk in het internationale geregelde luchtvervoer van toepassing zijn.
**3.** Elk der Overeenkomstsluitende Partijen heeft het recht de exploitatievergunning aan de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen onderneming te weigeren, de reeds verleende vergunning te herroepen of wel ten aanzien van de uitoefening van de in deze Overeenkomst voorziene rechten bepaalde voorwaarden te stellen, indien zij niet bewezen acht, dat het overwegende deel van het kapitaal alsook de daadwerkelijke leiding van die onderneming berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij welke de luchtvervoersonderneming heeft aangewezen of bij haar onderdanen.
**4.** Elke Overeenkomstsluitende Partij zal het recht hebben de uitoefening van de in de Bijlage omschreven rechten door de onderneming welke door de andere Overeenkomstsluitende Partij is aangewezen op te schorten of ten aanzien van de uitoefening van die rechten de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te stellen, indien de betrokken onderneming zich niet houdt aan de wetten en reglementen van de Overeenkomstsluitende Partij welke de rechten verleent, dan wel, indien die onderneming de voorwaarden van deze Overeenkomst niet vervult.
**5.** Geen maatregel krachtens de leden 3 en 4 van dit artikel om de toekenning van de in de Bijlage omschreven rechten te herroepen of op te schorten of om voorwaarden ten aanzien van de exploitatie te stellen zal worden genomen, alvorens schriftelijk en onder opgave van redenen mededeling van zodanige maatregel aan de andere Overeenkomstsluitende Partij zal zijn gedaan en het overleg tussen de luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen niet tot overeenstemming heeft geleid binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de datum waarop de mededeling via de normale middelen van verzending zal kunnen zijn ontvangen door de Overeenkomstsluitende Partij aan welke deze is geadresseerd.
Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Bulgarije inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 5 mei 2006 (Pb. EU L 136 van 24 mei 2006, blz. 22-30) wordt vanaf 1 september 2006, wanneer in de bilaterale Overeenkomst, met Bijlage, wordt verwezen naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2012/187). De bepalingen van artikel 2, tweede en derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Bulgarije inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 5 mei 2006 (Pb. EU L 136 van 24 mei 2006, blz. 22-30) hebben vanaf 1 september 2006 voorrang op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2012/187).
Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Bulgarije inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 5 mei 2006 (Pb. EU L 136 van 24 mei 2006, blz. 22-30) wordt vanaf 1 september 2006, wanneer in de bilaterale Overeenkomst, met Bijlage, wordt verwezen naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2012/187). De bepalingen van artikel 2, tweede en derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Bulgarije inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 5 mei 2006 (Pb. EU L 136 van 24 mei 2006, blz. 22-30) hebben vanaf 1 september 2006 voorrang op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2012/187).
Artikel II
Artikel II
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Bulgarije inzake het luchtvervoer· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 11 augustus 1958