Naar hoofdinhoud

Artikel IV

Artikel IV

Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Bulgarije inzake het luchtvervoer· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 11 augustus 1958

1. De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen, dat de in internationaal verkeer geëxploiteerde luchtvaartuigen van de door een van de Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvervoersondernemingen, alsmede de motorbrandstoffen, de smeeroliën, de reservedelen, de gereedschappen, de normale uitrustingsstukken, de installaties en de proviand, welke aan boord van die luchtvaartuigen vervoerd worden, bij aankomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, wanneer zij aan boord blijven, vrijgesteld zullen zijn van alle douanerechten, belastingen en heffingen. 2. De motorbrandstoffen, de smeeroliën, de reservedelen, de gereedschappen, de normale uitrustingsstukken, de installaties en de boordproviand, ingevoerd in en/of opgeslagen op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen om in internationaal luchtverkeer in de luchtvaartuigen van de luchtvervoersonderneming van de andere Overeenkomstsluitende Partij te worden verbruikt en gebruikt, zullen binnen het grondgebied van de eerste Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld zijn van alle rechten, belastingen en heffingen. 3. Alle goederen welke krachtens de leden 1 en 2 vrijgesteld zijn van rechten, belastingen en heffingen zullen vrijgesteld blijven, indien zij binnen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij welke de vrijstelling verleent behoorlijk in de luchtvaartuigen van de luchtvervoersonderneming gebruikt of verwerkt worden; de verkoop ervan is evenwel verboden. Ingeval die goederen niet gebruikt of verwerkt mochten worden, kunnen zij zonder betaling van rechten, belastingen of heffingen weder worden uitgevoerd. 4. Alle goederen, welke in dit artikel zijn vermeld en vrijstelling genieten, zullen ter beschikking zijn van de onderscheidene luchtvervoersondernemingen maar zullen onderworpen blijven aan het toezicht van de douaneautoriteiten. De bepalingen van artikel 4, tweede lid, van de Overeenkomst de Europese Gemeenschap en de Republiek Bulgarije inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 5 mei 2006 (Pb. EU L 136 van 24 mei 2006, blz. 22-30) vormen vanaf 1 september 2006 een aanvulling op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2012/187). De bepalingen van artikel 4, tweede lid, van de Overeenkomst de Europese Gemeenschap en de Republiek Bulgarije inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 5 mei 2006 (Pb. EU L 136 van 24 mei 2006, blz. 22-30) vormen vanaf 1 september 2006 een aanvulling op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2012/187).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel