Naar hoofdinhoud

Artikel 14

Artikel 14

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake het luchtverkeer· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 28 april 1958

1. Voorzover een meningsverschil omtrent de toepassing of uitlegging van deze Overeenkomst niet kan worden bijgelegd volgens de artikelen 12 of 13, dient het op verzoek van een Overeenkomstsluitende Partij aan een scheidsgerecht te worden voorgelegd. 2. Het scheidsgerecht zal van geval tot geval op zodanige wijze worden samengesteld, dat iedere Overeenkomstsluitende Partij een scheidsrechter benoemt en deze scheidsrechters overeenstemming bereiken omtrent een onderdaan van een derde Staat als voorzitter. Indien de scheidsrechters niet worden benoemd binnen twee maanden, nadat een Overeenkomstsluitende Partij zijn voornemen zich te wenden tot een scheidsgerecht bekend heeft gemaakt, of indien de scheidsrechters niet binnen een daaropvolgende maand tot overeenstemming kunnen geraken omtrent een voorzitter, dient aan de Voorzitter van de Raad van de Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie te worden verzocht, de nodige benoemingen te verrichten. Zijn beslissing is voor de Overeenkomstsluitende Partijen bindend. 3. Indien het scheidsgerecht niet slaagt in een minnelijke schikking van het meningsverschil, dan beslist het met meerderheid van stemmen. Voorzover de Overeenkomstsluitende Partijen niet anders overeenkomen, regelt het de beginselen inzake zijn werkwijze zelf en bepaalt het zijn zetel. 4. Iedere Overeenkomstsluitende Partij draagt de kosten voor de werkzaamheid van zijn scheidsrechter alsmede de helft van de overige kosten. 5. De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich om de voorlopige maatregelen die in de loop van het rechtsgeding worden bevolen, alsmede de scheidsrechterlijke uitspraak, die definitief is, na te komen.

Rechtspraak bij dit artikel