Teneinde bevoorrechting te voorkomen en gelijkheid van behandeling te verzekeren, komen beide Overeenkomstsluitende Partijen overeen, dat:
iedere Overeenkomstsluitende Partij voor het gebruik van luchthavens en andere faciliteiten billijke en redelijke kosten kan opleggen of doen opleggen. Het is echter wel verstaan tussen beide Overeenkomstsluitende Partijen, dat deze kosten niet hoger mogen zijn dan die, welke door haar eigen op soortgelijke internationale diensten gebezigde luchtvaartuigen worden betaald voor het gebruik van bedoelde luchthavens en faciliteiten;
voor motorbrandstoffen, smeeroliën, reservedelen, normale uitrustingsstukken en voorraden in het algemeen, uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de luchtvaartuigen van de luchtvaartmaatschappijen aangewezen door een van de Overeenkomstsluitende Partijen en door genoemde luchtvaartmaatschappijen of voor haar rekening ingevoerd op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij of aan boord genomen in het genoemd gebied, teneinde gebruikt te worden door de luchtvaartuigen van genoemde luchtvaartmaatschappijen, van laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij, voor wat betreft het heffen van douanerechten, inspectiekosten of andere fiscale en nationale rechten of kosten, een behandeling wordt toegepast, welke niet ongunstiger is dan die, toegestaan aan de eigen luchtvaartuigen of aan die van de meestbegunstigde natie welke soortgelijke diensten exploiteert;
de luchtvaartuigen van de luchtvaartmaatschappijen aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij gebezigd bij de exploitatie van de „overeengekomen diensten” bij het binnenkomen en het verlaten van het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen zijn vrijgesteld van douanerechten, inspectiekosten of soortgelijke rechten of kosten. Eveneens worden de brandstoffen, smeeroliën, reservedelen, normale uitrustingsstukken en voorraden in het algemeen en de proviand vrijgesteld, welke aan boord van die luchtvaartuigen blijven, zelfs indien zodanige voorraden verbruikt of geconsumeerd worden bij vluchten binnen dat grondgebied;
de onder paragraaf 3 van dit artikel opgesomde goederen en die onder vorenbedoelde vrijstelling vallen, slechts mogen worden gelost met toestemming van de douane-autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. De geloste goederen, die weer zullen moeten worden uitgevoerd, blijven ter beschikking staan, maar zullen tot aan de wederuitvoer onder toezicht van de douane van de andere Overeenkomstsluitende Partij blijven.
Artikel III
Artikel III
Onderdeel van Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Ecuador· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 6 maart 1956