Naar hoofdinhoud

Artikel II

Artikel II

Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van India en de Nederlandse Regering betreffende luchtdiensten· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 17 juni 1951

A). Elk van de omschreven luchtdiensten kan onmiddellijk dan wel op een later tijdstip naar verkiezing van de Overeenkomstsluitende Partij, waaraan de rechten worden verleend, worden geopend, op voorwaarde, dat: De Overeenkomstsluitende Partij, waaraan de rechten zijn verleend, een luchtvaartmaatschappij (hierna te noemen een „aangewezen luchtvaartmaatschappij”) zal hebben aangewezen voor de omschreven luchtroute. De Overeenkomstsluitende Partij, welke de rechten verleent, aan de luchtvaartmaatschappij de passende exploitatievergunning zal hebben verleend, hetgeen zij met de minst mogelijke vertraging zal doen, mits de luchtvaartmaatschappij, indien zulks van haar verlangd wordt, voldaan heeft aan de eisen van lid B) van dit Artikel. B). Van de aangewezen luchtvaartmaatschappij kan worden verlangd, dat zij ten genoegen van de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij, welke de rechten verleent, aantoont, dat zij in staat is de voorwaarden na te komen, voorgeschreven bij of krachtens de wetten en voorschriften, welke gewoonlijk door die autoriteiten ten aanzien van de exploitatie van internationale luchtdiensten worden toegepast. C). De exploitatie van elk van de omschreven luchtdiensten zal onderworpen zijn aan de bevestiging van de betrokken Overeenkomstsluitende Partij, dat de route-organisatie, beschikbaar voor de burgerlijke luchtvaart op de omschreven luchtroute, voldoende is voor de veilige exploitatie van luchtdiensten. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Overeenkomst van 28 september 2008 hebben de bepalingen van artikel 2, tweede en derde lid, van de Overeenkomst van 28 september 2008 voorrang op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2019/79).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel