Naar hoofdinhoud

Artikel IV

Artikel IV

Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van India en de Nederlandse Regering betreffende luchtdiensten· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 17 juni 1951

A). De luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen zullen gezamenlijk ten aanzien van een overeengekomen periode de totale capaciteit vaststellen, die bij een redelijke bezettingsgraad benodigd is voor het vervoer van alle redelijkerwijs te verwachten verkeer, d.w.z. passagiers, vracht en post, dat op de omschreven luchtdiensten, die gedurende die periode op ieder van de opgesomde luchtroutes zullen worden geëxploiteerd, afkomstig is uit het grondgebied van elke Overeenkomstsluitende Partij en dat zal worden afgezet op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij. De luchtvaartautoriteiten zullen dan de door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van elk der Overeenkomstsluitende Partijen te verschaffen capaciteiten en frequenties vaststellen. B). In dit Artikel betekent „overeengekomen periode” de eerste twaalf maanden te rekenen van de datum af, waarop deze Overeenkomst van kracht wordt en daarna, iedere volgende periode van twaalf maanden, tenzij tussen de luchtvaartautoriteiten anders wordt overeengekomen. C). Hangende de voltooiing van een beoordeling van de capaciteit overeenkomstig de bepalingen van dit Artikel zullen de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partijen gerechtigd zijn om op hun luchtdiensten de capaciteiten en frequenties te blijven verschaffen, waaromtrent tussen de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen het laatst overeenstemming is bereikt.

Rechtspraak bij dit artikel