Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor een exploitatievergunning niet te verlenen of in te trekken of zodanige passende voorwaarden te stellen als zij met betrekking daarop noodzakelijk kan achten ingeval niet tot haar genoegen is gebleken, dat het overwegende eigendomsrecht en de daadwerkelijke leiding van de luchtvaartmaatschappij berusten bij onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij of in geval een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Partij in gebreke blijft zich te houden aan de wetten en reglementen van de eerste Partij of in geval naar het oordeel van de eerste Partij de voorwaarden, waaronder de rechten overeenkomstig deze Overeenkomst worden verleend, niet worden nagekomen. Behoudens in het geval van niet naleven van wetten en reglementen zullen zodanige maatregelen enkel na overleg tussen de Partijen worden genomen. In geval van maatregelen door een Partij op grond van dit Artikel, zullen de rechten van de andere Partij op grond van Artikel XI onverlet blijven.
Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van
28 september 2008 zal, wanneer in deze Overeenkomst wordt verwezen
naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden
begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de
Europese Unie (Trb. 2019/79). Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Overeenkomst van
28 september 2008 hebben de bepalingen van artikel 2, tweede en
derde lid, van de Overeenkomst van 28 september 2008 voorrang op de
overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2019/79).
Artikel VIII
Artikel VIII
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van India en de Nederlandse Regering betreffende luchtdiensten· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 17 juni 1951