Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK I

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake luchtvervoer· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 1961

De bewijzen van luchtwaardigheid en de bewijzen van bevoegdheid, uitgereikt of geldig verklaard door een Overeenkomstsluitende Partij en welke nog geldig zijn, zullen door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig worden erkend voor de exploitatie van de overeengekomen diensten. Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor, voor vluchten boven haar grondgebied de erkenning van de bewijzen van bevoegdheid welke aan haar eigen onderdanen zijn uitgereikt door de andere Overeenkomstsluitende Partij, te weigeren. Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 12 december 2006 (Pb. EU L 386 van 29 december 2006, blz. 18-27) wordt vanaf 1 april 2010, wanneer in de bilaterale Overeenkomst, met Bijlage, wordt verwezen naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2012/214). Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 12 december 2006 (Pb. EU L 386 van 29 december 2006, blz. 18-27) wordt vanaf 1 april 2010, wanneer in de bilaterale Overeenkomst, met Bijlage, wordt verwezen naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2012/214).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel