De door elke Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappijen zullen bij de exploitatie van de omschreven luchtdiensten het recht genieten om
met hun vliegtuigen over het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij te vliegen,
te landen op dat grondgebied voor niet-verkeersdoeleinden, en
behoudens de bepalingen van Artikel IV op dat grondgebied op de in de Bijlage bij deze Overeenkomst omschreven punten te landen teneinde internationaal verkeer van passagiers, vracht en post af te zetten of op te nemen.
Artikel III
Artikel III
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Pakistan betreffende luchtdiensten· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 17 september 1952