Naar hoofdinhoud

Artikel XI

Artikel XI

Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Pakistan betreffende luchtdiensten· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 17 september 1952

A). Indien enig geschil ontstaat tussen de Overeenkomstsluitende Partijen omtrent de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst, zullen de Overeenkomstsluitende Partijen in de eerste plaats trachten het op te lossen door onderlinge onderhandelingen. B). Indien de Overeenkomstsluitende Partijen geen oplossing kunnen bereiken door onderhandelingen, kunnen zij overeenkomen het geschil ter beslissing te verwijzen naar een scheidsgerecht of naar een ander in onderling overleg door hen aangewezen persoon of lichaam; of indien zij hieromtrent niet tot overeenstemming komen of indien zij, na overeengekomen te zijn het geschil naar een scheidsgerecht te verwijzen, niet tot overeenstemming kunnen komen omtrent de samenstelling daarvan, kan elke Overeenkomstsluitende Partij het geschil ter beslissing voorleggen aan een tot beslissing bevoegde rechtbank, welke binnen de Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie is opgericht, of, indien zulk een rechtbank niet bestaat, aan het Internationale Gerechtshof. C). De Overeenkomstsluitende Partijen nemen op zich, zich te houden aan enige ingevolge lid B) van dit Artikel gegeven beslissing, voorlopig gegeven adviezen daaronder begrepen. D). Indien en zolang een Overeenkomstsluitende Partij of een aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij in gebreke blijft zich te houden aan de bepalingen van lid C) van dit Artikel, kan de andere Overeenkomstsluitende Partij alle rechten, die zij op grond van deze Overeenkomst heeft verleend, beperken, onthouden of intrekken.

Rechtspraak bij dit artikel