**1.** Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor, aan een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvervoersonderneming een exploitatievergunning te weigeren, of deze in te trekken, wanneer zij niet het bewijs heeft, dat een overwegend deel van de eigendom van, alsook het daadwerkelijk toezicht op die onderneming berusten bij de andere Overeenkomstsluitende Partij of bij natuurlijke- of rechtspersonen van die Overeenkomstsluitende Partij.
**2.** Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor, een exploitatievergunning, uitgereikt aan een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvervoersonderneming, in te trekken indien de onderneming zich niet houdt aan de in artikel IV genoemde wetten en reglementen, of de uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen niet vervult.
**3.** Tenzij de intrekking noodzakelijk is om nieuwe inbreuken te voorkomen, zal het recht, een exploitatievergunning krachtens het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel in te trekken, door een van de Overeenkomstsluitende Partijen niet worden uitgeoefend dan na schriftelijke kennisgeving aan de andere Overeenkomstsluitende Partij en nadat overleg tussen de luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen niet binnen een termijn van 30 dagen, te rekenen vanaf de datum van ontvangst door de andere Overeenkomstsluitende Partij van de genoemde kennisgeving, tot overeenstemming heeft geleid.
Artikel III
Artikel III
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Roemeense Volksrepubliek inzake burgerluchtvervoer· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 1958