De rechten die Nederlanders en Nederlandse vennootschappen met woonplaats, gewone verblijfplaats of zetel in Nederland op 30 juni 1959 in de in artikel 4 bedoelde gebieden met betrekking tot het winnen van klei, zand of grint bezaten, worden niet aangetast. Gewonnen klei, zand en grint mag vrij van uit- en invoerverboden en -beperkingen en vrij van uit- en invoerrechten en andere heffingen naar Nederland worden uitgevoerd. De voor de winning benodigde werktuigen en de middelen van vervoer mogen vrij van in- en uitvoerverboden en -beperkingen en vrij van in- en uitvoerrechten en andere heffingen uit Nederland naar de in artikel 4 bedoelde gebieden worden overgebracht en weer naar Nederland worden uitgevoerd. Voor deze uitvoer van klei, zand, grint, werktuigen en middelen van vervoer verleent de Bondsrepubliek Duitsland geen vergoeding van omzetbelasting wegens uitvoer.
HOOFDSTUK 2
Artikel 13
Artikel 13
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 1963