**(1).** Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht, de in de Bijlage I bij deze Overeenkomst omschreven luchtdiensten (hierna te noemen de „overeengekomen diensten”) te exploiteren.
**(2).** De Regering van de Unie van Socialistische Sovjet Republieken wijst de Algemene Afdeling van de Burgerluchtvloot onder de Raad van Ministers van de U.S.S.R. (hierna te noemen „Aeroflot”), en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden wijst de Koninklijke Nederlandse Luchtvaart Maatschappij K.L.M. (hierna te noemen „K.L.M.”) aan om de overeengekomen diensten te exploiteren.
**(3).** Bij de exploitatie van de overeengekomen diensten zijn de aangewezen luchtvaartmaatschappijen gerechtigd om op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht uit te oefenen tot overvliegen (en tot landen voor andere dan verkeersdoeleinden) overeenkomstig de routes van de overeengekomen diensten in Bijlage I, alsook het recht tot commerciële binnenkomst en vertrek voor internationaal verkeer van passagiers, vracht en post op die overeengekomen diensten.
**(4).** De routes welke door de luchtvaartuigen die op de overeengekomen diensten vliegen binnen het grondgebied van elke Overeenkomstsluitende Partij moeten worden gevolgd, zullen door de luchtvaartautoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij worden vastgesteld. Indien een van beide Overeenkomstsluitende Partijen geen genoegen neemt met de aldus door de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij vastgestelde routes, zal zij het recht hebben om de exploitatie van de overeengekomen diensten op te schorten.
Ingevolge artikel 1, derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 11 april 2006 (Pb. EU L 126 van 13 mei 2006, blz. 24 e.v.) wordt vanaf 1 maart 2007, wanneer in de tekst van de bilaterale Overeenkomst wordt verwezen naar luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit begrepen als een verwijzing naar de door het Koninkrijk der Nederlanden aangewezen luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen (Trb. 2012/225). De bepalingen van artikel 2, tweede en derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 11 april 2006 (Pb. EU L 126 van 13 mei 2006, blz. 24 e.v.) hebben vanaf 1 maart 2007 voorrang op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2012/225).
Ingevolge artikel 1, derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 11 april 2006 (Pb. EU L 126 van 13 mei 2006, blz. 24 e.v.) wordt vanaf 1 maart 2007, wanneer in de tekst van de bilaterale Overeenkomst wordt verwezen naar luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit begrepen als een verwijzing naar de door het Koninkrijk der Nederlanden aangewezen luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen (Trb. 2012/225). De bepalingen van artikel 2, tweede en derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 11 april 2006 (Pb. EU L 126 van 13 mei 2006, blz. 24 e.v.) hebben vanaf 1 maart 2007 voorrang op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2012/225).
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Unie van Socialistische Sovjet Republieken betreffende luchtdiensten· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 19 mei 1959