Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verdrag nopens de oprichting van de “Eurofima”, Europese Maatschappij tot financiering van spoorwegmaterieel· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 22 juli 1959

a). Wanneer een tussen de Maatschappij en een spoorweg gesloten overeenkomst met betrekking tot de beschikbaarstelling van door de Maatschappij gekocht materieel is onderworpen aan de wet van de Staat van vestiging, blijft de Maatschappij behoudens uitdrukkelijk beding van het tegendeel eigenares van het desbetreffende materieel, totdat zij de gehele prijs zal hebben ontvangen, zonder dat officiële registratie nodig is. In dat geval heeft de Maatschappij, wanneer een overeenkomst vervalt door niet tijdige nakoming door een spoorweg, het recht naast schadevergoeding wegens niet-nakoming van de overeenkomst, de teruggave van het desbetreffende materieel te eisen, zonder verplichting tot restitutie van de reeds ontvangen termijnen. b). De rechtbanken van de Staat van vestiging nemen, daartoe verzocht, kennis van geschillen betreffende overeenkomsten, die gesloten zijn tussen de Maatschappij en de spoorwegen en die onderworpen zijn aan de wet van de Staat van vestiging.

Rechtspraak bij dit artikel