Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Verdrag nopens de oprichting van de “Eurofima”, Europese Maatschappij tot financiering van spoorwegmaterieel· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 22 juli 1959

a). Voorzover daaraan behoefte bestaat, nemen de bij dit Verdrag partij zijnde Regeringen de nodige maatregelen, opdat de handelingen van de Maatschappij met het oog op de verschaffing van spoorwegmaterieel aan de spoorwegen - hetzij de eigendom daarvan onmiddellijk dan wel eerst later overgaat - op zodanige wijze geschieden, dat daaruit niet meer fiscale lasten voortvloeien dan het geval zou zijn, indien de spoorwegen dat materieel rechtstreeks zouden verwerven. b). Voor zover betreft in- en uitvoer van spoorwegmaterieel, die plaats vindt in het kader van de in het vorige lid bedoelde handelingen, nemen de Regeringen eveneens, voor zover daaraan behoefte bestaat, de nodige maatregelen, opdat deze in- en uitvoer geschiedt zonder dat daaruit meer fiscale lasten en douanerechten voortvloeien dan het geval zou zijn, indien de spoorwegen dat materieel rechtstreeks zouden in- en uitvoeren. c). De door de Staat van vestiging met het oog op de oprichting en de werkzaamheid van de Maatschappij toegekende bijzondere voordelen op belastinggebied zijn vervat in een tussen de Regering van de Staat van vestiging en de andere bij dit Verdrag partij zijnde Regeringen gesloten Aanvullend Protocol.

Rechtspraak bij dit artikel