De maatregelen welke de Hoge Verdragsluitende Partijen nemen bij de tenuitvoerlegging van het in dit Verdrag voorziene gemeenschappelijke en gecoördineerde beleid dienen rekening te houden met de noodzaak, de stabiliteit van de munt te verzekeren, en mogen niet tot gevolg hebben dat een van de Hoge Verdragsluitende Partijen wordt genoodzaakt verliezen aan deviezenreserves te ondergaan, welke niet verenigbaar zijn met haar verantwoordelijkheid voor haar munt, of, behoudens voorafgaande overeenstemming omtrent de toegestane grenzen, niet-convertibele valuta's te aanvaarden of kredieten te verlenen.
Deel 1
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 november 1960