**1.** De werkzaamheden van de vennootschappen welke zijn opgericht overeenkomstig de wetgeving van een der Hoge Verdragsluitende Partijen, wanneer zij worden uitgeoefend op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij hetzij rechtstreeks hetzij door tussenkomst van filialen of agentschappen, zijn onderworpen aan het recht van de laatstgenoemde Verdragsluitende Partij.
**2.** Deze werkzaamheden kunnen niet aan zwaardere voorwaarden worden onderworpen dan die welke aan nationale vennootschappen worden opgelegd. De vennootschappen van een Hoge Verdragsluitende Partij kunnen evenwel op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij niet meer rechten hebben dan soortgelijke nationale vennootschappen.
**3.** Op het gebied van verzekeringen, spaarkassen en bouwkassen kunnen de Hoge Verdragsluitende Partijen afwijken van lid 2 van dit artikel, voorzover deze afwijkingen in hoofdzaak de bescherming beogen van de verzekerden, verzekeringnemers, gelaedeerden en bouwspaarders. Deze afwijkingen worden bij overeenkomst geregeld.
**4.** Onder vennootschappen in de zin van dit artikel worden verstaan vennootschappen van burgerlijk en handelsrecht met inbegrip van coöperatieve verenigingen en andere privaatrechtelijke rechtspersonen. Voor de toepassing van dit artikel worden evenwel de privaatrechtelijke rechtspersonen wier doel niet op winst is gericht slechts als vennootschappen beschouwd voor wat betreft hun werkzaamheid op het gebied van het bankwezen, verzekeringen, spaarkassen en bouwkassen. De Luxemburgse landbouwverenigingen worden ook als vennootschappen beschouwd.
Deel 3 › HOOFDSTUK 1
Artikel 58
Artikel 58
Onderdeel van Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 november 1960