**1.** De partijen zien erop toe dat minstens de in bijlage III, deel A, gespecificeerde normen in hun wetgeving zijn opgenomen, onder de hierna vermelde voorwaarden.
**2.** De partijen zien erop toe dat in de ene partij geregistreerde luchtvaartuigen die worden verdacht van niet naleving van de bij het Verdrag vastgestelde internationale veiligheidsnormen bij landing op luchthavens op het grondgebied van de andere partij die openstaan voor internationaal luchtverkeer, door de bevoegde autoriteiten van die andere partij worden onderworpen aan platforminspecties, zowel aan boord als rond het luchtvaartuig, teneinde de geldigheid van de documenten van het luchtvaartuig en van de bemanning en de kennelijke staat van het luchtvaartuig en de apparatuur te controleren.
**3.** Elke partij mag op elk ogenblik om overleg vragen over de door de andere partij gehanteerde veiligheidsnormen.
**4.** De bevoegde autoriteiten van een partij nemen onmiddellijk alle passende maatregelen als zij vaststellen dat een luchtvaartuig, product of activiteit:
niet voldoet aan de minimumnormen die zijn vastgesteld overeenkomstig het Verdrag of, de in bijlage III, deel A, van deze Overeenkomst gespecificeerde wetgeving of de gelijkwaardige en met lid 1 van dit artikel in overeenstemming zijnde Jordaanse wetgeving, naar gelang van het geval,
naar aanleiding van een in lid 2 van dit artikel bedoelde inspectie aanleiding geeft tot ernstige vermoedens dat een luchtvaartuig of de exploitatie ervan niet voldoet aan de overeenkomstig het Verdrag, de in bijlage III, deel A, van deze Overeenkomst gespecificeerde wetgeving of de gelijkwaardige en met lid 1 van dit artikel in overeenstemming zijnde Jordaanse wetgeving vastgestelde minimumnormen, al naar gelang van het geval, of
aanleiding geeft tot ernstige vermoedens dat de overeenkomstig het Verdrag, de in bijlage III, deel A, van deze Overeenkomst gespecificeerde wetgeving of de gelijkwaardige en met lid 1 van dit artikel in overeenstemming zijnde Jordaanse wetgeving vastgestelde minimumnormen, al naar gelang van het geval, niet daadwerkelijk worden toegepast en gehandhaafd.
**5.** Wanneer de bevoegde autoriteiten van de ene partij maatregelen nemen overeenkomstig lid 4 stellen zij de bevoegde autoriteiten van de andere partij daar onmiddellijk van in kennis, met opgave van de redenen voor die maatregelen.
**6.** Wanneer uit hoofde van lid 4 genomen maatregelen niet worden stopgezet, ook al zijn er geen redenen meer om dergelijke maatregelen te handhaven, kan elke partij de zaak voorleggen aan het Gemengd Comité.
TITEL II
Artikel 13
Veiligheid van de luchtvaart
Onderdeel van Euromediterrane luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitische Koninkrijk Jordanië, anderzijds· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 2 augustus 2020