Naar hoofdinhoud
(1). De uitgaven, die het Internationaal Bureau zal hebben te doen in verband met de uitvoering van deze Overeenkomst, zullen door de Overeenkomstsluitende landen gemeenschappelijk worden gedragen onder toepassing van het bepaalde in artikel 13, leden (8), (9) en (10), van de Internationale Overeenkomst van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom. Tot nader besluit zullen deze uitgaven een bedrag van 40.000 goudfranken *)Deze geldeenheid is de frank verdeeld in 100 centimes, met een gewicht van 10/31 gram en een gehalte van 0,900. per jaar niet mogen overschrijden. (2). De uitgaven, bedoeld in artikel 5, eerste lid, omvatten niet de kosten, verbonden aan de werkzaamheden van de Conferenties van gevolmachtigden, en evenmin de kosten, die bijzondere overeenkomstig de besluiten van een Conferentie verrichte werkzaamheden of bekendmakingen met zich kunnen medebrengen. Deze kosten, die jaarlijks niet meer dan 10.000 goudfranken*)Deze geldeenheid is de frank verdeeld in 100 centimes, met een gewicht van 10/31 gram en een gehalte van 0,900. mogen bedragen, zullen door de Overeenkomstsluitende landen gemeenschappelijk worden gedragen onder toepassing van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel. (3). De bedragen der in het eerste en tweede lid bedoelde kosten zullen zo nodig kunnen worden verhoogd bij besluit van de Overeenkomstsluitende landen of van een in artikel 8 bedoelde Conferentie; zodanige besluiten zullen rechtsgeldig zijn, mits zij de instemming van vier-vijfde van de Overeenkomstsluitende landen hebben verkregen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel