Naar hoofdinhoud
(1). Het in het voorafgaande artikel genoemde Comité bestaat uit niet meer dan 20 leden, en wel uit niet meer dan 8 ereleden, waarvan vier Nederlandse onderdanen zijn en de anderen onderdanen van de Landen van het Gemenebest en uit niet meer dan 12 ambtelijke leden, waarvan er 6 Nederlandse onderdanen zijn en de anderen onderdanen van de Landen van het Gemenebest. (2). Alle leden worden door de Commissie benoemd. Evenwel vindt, voor zover het de Nederlandse leden betreft, de benoeming plaats op aanbeveling van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, welke aanbeveling langs diplomatieke weg wordt verzocht en overgebracht. (3). De Nederlandse ereleden worden gekozen uit personen, die zich hebben onderscheiden bij het leger, de vloot, de luchtmacht, in de letterkunde, de wetenschap of de kunst. (4). De Nederlandse ambtelijke leden worden gekozen als vertegenwoordigers van die Departementen van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden of die erkende Nederlandse Organisaties, waaromtrent overeenstemming zal zijn verkregen tussen deze Regering en de Commissie, en zij houden op deel uit te maken van het Comité vanaf de dag, waarop zij hun functie bij het onderhavige Departement of de Organisatie neerleggen. De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden verbindt zich de Commissie te verwittigen omtrent alle wijzigingen, welke zich ten aanzien van de Nederlandse ambtelijke leden mochten voordoen. (5). De Commissie benoemt de Secretaris-Generaal van het Gemengde Comité.

Rechtspraak bij dit artikel