Elke deelnemende staat treft, op grond van zijn nationale recht, alle wetgevende maatregelen en alle administratieve maatregelen, die nodig zijn om de Faciliteit in staat te stellen haar doelstellingen te verwezenlijken en de haar toevertrouwde taken te verrichten. Elke deelnemende staat verleent de Faciliteit daartoe, op zijn grondgebied, de in dit Verdrag vervatte status, immuniteiten, vrijstellingen, voorrechten, voorzieningen en concessies en stelt de Faciliteit in kennis van de specifieke maatregelen die hij daartoe heeft getroffen.
Artikel XVI
Immuniteiten, vrijstellingen, voorrechten, voorzieningen en concessies
Onderdeel van Verdrag tot oprichting van de Afrikaanse faciliteit voor juridische ondersteuning· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 december 2011