De voorrechten en immuniteiten voorzien in dit Verdrag worden in het belang van de Faciliteit verleend. Hiervan kan alleen afstand worden gedaan, in de mate en onder de voorwaarden bepaald door de Raad van Beheer van de Faciliteit, in gevallen waarin, naar zijn opvatting, een dergelijk besluit de belangen van de Faciliteit niet schaadt. De Directeur van de Faciliteit is bevoegd en verplicht de immuniteit van een werknemer, gedetacheerde werknemer, adviseur of deskundige van de Faciliteit op te heffen, indien hij meent dat de immuniteit de rechtsgang zou schaden en opheffing kan geschieden zonder de belangen van de Faciliteit te schaden. In vergelijkbare omstandigheden en onder dezelfde voorwaarden is de Raad van Beheer bevoegd en verplicht de immuniteit van de Directeur van de Faciliteit op te heffen.
Artikel XXIII
Afstand van voorrechten en immuniteiten
Onderdeel van Verdrag tot oprichting van de Afrikaanse faciliteit voor juridische ondersteuning· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 december 2011