Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Europese Interim-Overeenkomst betreffende sociale zekerheid met uitsluiting van de regelingen voor ouderdom, invaliditeit en overlijden· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 april 1955

1. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 9 genieten de onderdanen van een der Overeenkomstsluitende Partijen de voordelen van de wetten en regelingen van elke andere Partij, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van laatstgenoemde: ten aanzien van de uitkeringen terzake van bedrijfsongevallen of beroepsziekten, mits zij verblijf houden binnen het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen; ten aanzien van elke andere uitkering dan de uitkeringen op grond van bedrijfsongevallen of beroepsziekten, mits zij verblijf houden binnen het grondgebied van laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij; ten aanzien van de uitkeringen bij ziekte, moederschap of werkloosheid, mits zij hun gewone verblijfplaats hadden gevestigd binnen het grondgebied van laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij onderscheidenlijk voordat de ziekte voor de eerste maal medisch is vastgesteld, vóór de vermoedelijke datum van de conceptie of vóór de aanvang van de werkloosheid; ten aanzien van de uitkeringen, welke niet op premiebetaling berusten, met uitzondering van de uitkeringen op grond van bedrijfsongevallen of beroepsziekten, mits zij sedert zes maanden verblijf houden binnen het grondgebied van laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij. 2. In alle gevallen, waarin de wetten en regelingen van één der Overeenkomstsluitende Partijen de rechten van een onderdaan van die Partij, die niet binnen haar grondgebied is geboren, aan beperkingen onderwerpen, wordt een onderdaan van elke andere Partij, geboren binnen het grondgebied van deze laatste, gelijkgesteld met een onderdaan van eerstgenoemde Partij, die binnen haar grondgebied is geboren. 3. In alle gevallen, waarin de wetten en regelingen van één der Overeenkomstsluitende Partijen voor de beoordeling van het recht op een uitkering onderscheid maken naar de nationaliteit van de kinderen, worden de kinderen die onderdanen zijn van andere Overeenkomstsluitende Partijen gelijkgesteld met kinderen die onderdanen zijn van eerstgenoemde Partij. Vanaf 8 mei 1977 niet meer van toepassing in de betrekkingen tussen het Koninkrijk der Nederlanden (Nederland) en de andere partijen bij het Verdrag van 1972 (Trb. 1982/148).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel