Indien de benoeming van de leden van het Scheidsgerecht niet is geschied binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum waarop een der partijen aan de andere partij het verzoek deed een Scheidsgerecht samen te stellen, wordt de taak de nodige benoemingen te verrichten aan de Regering van een derde Staat opgedragen, welke in gemeen overleg der partijen wordt gekozen, of, indien deze binnen drie maanden terzake niet tot overeenstemming hebben kunnen komen, aan de Voorzitter van het Internationale Gerechtshof. Indien laatstgenoemde onderdaan van een der partijen bij het geschil mocht zijn, wordt deze taak aan de Vice-Voorzitter van het Hof opgedragen of aan de in dienstjaren oudste rechter van het Hof die geen onderdaan van een der partijen is.
HOOFDSTUK III
Artikel 21
Artikel 21
Onderdeel van Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 7 juli 1958