Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IV

Artikel 35

Artikel 35

Onderdeel van Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 7 juli 1958

1. De Verdragsluitende Partijen mogen slechts voorbehouden maken welke geschillen betreffende bijzondere gevallen of duidelijk omschreven speciale aangelegenheden, zoals territoriale status, of geschillen vallende binnen duidelijk omschreven categorieën, van de toepassing van dit Verdrag uitsluiten. Indien een der Verdragsluitende Partijen een voorbehoud heeft gemaakt, kunnen de andere Partijen ten aanzien van die Partij hetzelfde voorbehoud maken. 2. Elk voorbehoud wordt, behoudens beding van het tegendeel, geacht niet van toepassing te zijn op de verzoeningsprocedure. 3. Behoudens het bepaalde in lid 4 van dit artikel, dienen de voorbehouden te worden gemaakt bij de nederlegging van de akten van bekrachtiging van het Verdrag. 4. Indien een Verdragsluitende Partij de verplichte jurisdictie van het Internationale Gerechtshof krachtens artikel 36, lid 2, van het Statuut van voornoemd Hof onder het maken van voorbehouden aanvaardt of indien zij deze voorbehouden wijzigt, kan deze Verdragsluitende Partij door een desbetreffende verklaring af te leggen dezelfde voorbehouden ten aanzien van dit Verdrag maken, onverminderd de bepalingen van de leden 1 en 2 van dit artikel. Deze voorbehouden ontslaan de betrokken Verdragsluitende Partij evenwel niet van haar verplichtingen krachtens dit Verdrag ten aanzien van geschillen betrekking hebbende op feiten of toestanden welke bestonden voor de datum waarop de desbetreffende verklaring werd afgelegd. Deze geschillen dienen echter binnen een termijn van een jaar na bovengenoemde datum aan de krachtens de bepalingen van dit Verdrag toepasselijke procedure te worden onderworpen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel