**1.** Dit Verdrag kan door een Verdragsluitende Partij slechts worden opgezegd na afloop van een tijdvak van vijf jaar na de datum van inwerkingtreding ten aanzien van de betrokken Partij. De opzegging moet geschieden met inachtneming van een termijn van zes maanden en moet aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa worden medegedeeld. Deze stelt de andere Verdragsluitende Partijen hiervan in kennis.
**2.** Opzegging ontslaat de betrokken Verdragsluitende Partij niet van haar verplichtingen krachtens dit Verdrag ten aanzien van geschillen met betrekking tot feiten of toestanden welke bestonden voor de datum waarop mededeling van de in het voorgaande lid bedoelde opzegging plaats had. Deze geschillen dienen echter binnen een termijn van een jaar na bovengenoemde datum aan de krachtens de bepalingen van dit Verdrag toepasselijke procedure te worden onderworpen.
**3.** Met inachtneming van dezelfde voorwaarden houdt elke Verdragsluitende Partij welke ophoudt Lid te zijn van de Raad van Europa, op partij te zijn bij dit Verdrag, binnen een termijn van een jaar te rekenen van bovengenoemde datum af.
HOOFDSTUK IV
Artikel 40
Artikel 40
Onderdeel van Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 7 juli 1958