**1.** Indien de televisiefilm is vervaardigd door een andere dan de in artikel 2, lid 2, bedoelde maker, dan heeft deze, bij het ontbreken van tegengestelde of bijzondere bepalingen in de zin van artikel 4, de bevoegdheid over het in artikel 1 bedoelde recht ten gunste van een radiozendorganisatie te beschikken.
**2.** De in het voorgaande lid vervatte bepaling is slechts van toepassing indien de maker en de radiozendorganisatie onderworpen zijn aan de rechtsmacht van landen die Partij zijn bij deze Overeenkomst.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Europese Overeenkomst betreffende de uitwisseling van programma's door middel van televisiefilms· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 5 maart 1967