Naar hoofdinhoud

Artikel IX

Het College van Bewindvoerders

Onderdeel van Statuut van het Vestigingsfonds van de Raad van Europa· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 8 augustus 1978

Eerste lid. - Besluiten voorbehouden aan de Leden Het College van Bewindvoerders, dat de Leden van het Fonds vertegenwoordigt, heeft de uitsluitende bevoegdheid om: de munteenheid (als gemeenschappelijke noemer) en de nominale waarde van de deelnemingsbewijzen vast te stellen; de voorwaarden vast te stellen waarop het Fonds financiële bijdragen aanvaardt of gelden leent, alsmede de rechten die aan geldgevers en leningverstrekkers worden toegekend, met inbegrip van hun rechten ten aanzien van de activa van het Fonds; de vervaldata vast te stellen voor het nog niet betaalde gedeelte van de deelnemingsbewijzen waarop is ingeschreven, al naar gelang het Fonds dit nodig heeft om zijn doel te verwezenlijken; het uitvoeringsbeleid van het Fonds te bepalen; andere Regeringen dan Regeringen die Lid zijn van de Raad van Europa te machtigen tot het Fonds toe te treden, de voorwaarden voor hun toetreding vast te leggen en het aantal deelnemingsbewijzen waarop deze Regeringen moeten intekenen vast te stellen; de President te benoemen, zijn benoeming te herroepen en zijn ontslag te aanvaarden; de internationale of andere wetgevende maatregelen aan te bevelen die door de Leden moeten worden aangenomen ten einde zaken te omschrijven zoals de bijzondere overeenkomsten inzake de activa of bezittingen van het Fonds op hun grondgebied of op het grondgebied van derde Staten, alsmede de verplichtingen van de Leden die voortvloeien uit bijzondere werkzaamheden van het Fonds; deze artikelen te wijzigen zonder echter de doelstellingen daarin te veranderen; dit Statuut te interpreteren; de werkzaamheden van het Fonds duurzaam op te schorten en zijn activa te verdelen; een Reglement van Orde op te stellen en zijn voorzitter te benoemen; de drie accountants te benoemen die de Controlecommissie vormen. Tweede lid. - Stemprocedure De besluiten voorbehouden aan de leden van het Fonds worden genomen door het uitbrengen van stemmen, mondeling tijdens de vergaderingen of schriftelijk in de perioden tussen de vergaderingen. Elk Lid van het Fonds heeft één stem voor elk deelnemingsbewijs dat het in zijn bezit heeft.

Rechtspraak bij dit artikel