De bepalingen van dit Verdrag inzake het verstrekken van uitkeringen behoeven niet te worden toegepast wanneer de arbeider of één van zijn gezinsleden bedoeld in artikel 3, lid 6, en in artikel 7, lid 2, genoemde uitkeringen rechtstreeks geniet op grond van de wetgeving van de Verdragsluitende Partij, welke op hem van toepassing is.
Titel IV
Artikel 18
Artikel 18
Onderdeel van Europees Verdrag betreffende de sociale zekerheid van arbeiders werkzaam bij het internationaal vervoer· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1958