Naar hoofdinhoud

TITEL III › HOOFDSTUK EERSTE

Artikel 12

Artikel 12

Onderdeel van Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 juni 1955

Een onderdaan van een der Verdragsluitende Partijen, die een verzekeringstijdvak krachtens de wettelijke regelingen van de ene Partij heeft vervuld, heeft, evenals de op grond van zijn verzekering indirect verzekerden, recht op ziekengeld-, moederschaps- en werkloosheidsuitkeringen ingevolge de wettelijke regelingen van de andere Partij onder voorwaarde, dat hij in de verzekering krachtens de wettelijke regelingen van laatstgenoemde Partij is opgenomen; hij voldoet aan de voorwaarden, gesteld in de wettelijke regelingen van laatstgenoemde Partij; hiertoe wordt elk verzekeringstijdvak of daarmede gelijkgesteld tijdvak, vervuld krachtens de wettelijke regelingen van eerstgenoemde Partij, behoudens het bepaalde in artikel 31, geacht te zijn vervuld krachtens de wettelijke regelingen van laatstgenoemde Partij; ingeval uitkering van ziekengeld wordt gevraagd voor de onderdaan zelf, de ziekte zich heeft geopenbaard na de aanvang van het verzekeringstijdvak, volgend op de dag, waarop de betrokkene laatstelijk het grondgebied van laatstgenoemde Partij betrad; bij moederschap de uitkering geschiedt ingevolge de wettelijke regelingen, welke van toepassing zijn op de vrouw of, indien aanspraak op uitkering wordt gemaakt op grond van de verzekering van haar echtgenoot, ingevolge de wettelijke regelingen, welke op het ogenblik van indiening der aanvrage op haar echtgenoot van toepassing zijn; ingeval van uitkering terzake van werkloosheid de werkloosheid is ontstaan na de aanvang van het verzekeringstijdvak, volgende op de dag, waarop de onderdaan laatstelijk het grondgebied betrad van de Partij, op grond van welker wettelijke regelingen aanspraak op de uitkering wordt gemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel