Indien een bijzondere regeling in de wettelijke regelingen van een der Verdragsluitende Partijen het recht op ouderdomsrente afhankelijk stelt van de voorwaarde, dat de verzekeringstijdvakken zijn vervuld in een beroep, waarvoor die bijzondere regeling geldt, worden voor de vaststelling van het recht op een ouderdomsrente ingevolge bedoelde bijzondere regeling alleen die verzekeringstijdvakken, vervuld onder de wettelijke regelingen van de andere Partij, in aanmerking genomen, welke ingevolge een overeenkomstige bijzondere regeling van die andere Partij zijn vervuld. Indien in de wettelijke regelingen van laatstbedoelde Partij geen bijzondere regeling voor het desbetreffend beroep is getroffen, wordt elk verzekeringstijdvak of daarmede gelijkgesteld tijdvak, vervuld onder de bijzondere regeling van eerstgenoemde Partij, voor de vaststelling van het recht op ouderdomsrente ingevolge de algemene verzekeringsregeling van de laatste Partij niettemin beschouwd als een verzekeringstijdvak of daarmede gelijkgesteld tijdvak, vervuld onder de algemene regeling van die Partij.
TITEL III › HOOFDSTUK DERDE
Artikel 24
Artikel 24
Onderdeel van Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 juni 1955