Indien een onderdaan van een der beide Verdragsluitende Partijen ingevolge het bepaalde bij artikel 26 recht heeft op wezenrenten op grond van de wettelijke regelingen van beide Partijen, heeft hij ook recht op een bedrag van de zijde van het bevoegde orgaan van de Partij, op welks grondgebied hij verblijft, ter hoogte van het eventuele verschil tussen het totaal van beide eerdergenoemde renten en de rente, waarop hij recht zou hebben ingevolge de wettelijke regelingen van die Partij, indien het bepaalde in artikel 26 in zijn geval niet werd toegepast.
TITEL III › HOOFDSTUK VIERDE
Artikel 27
Artikel 27
Onderdeel van Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 juni 1955