Naar hoofdinhoud

TITEL IV

Artikel 44

Artikel 44

Onderdeel van Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 juni 1955

1. In alle gevallen, waarin een persoon vóór 5 Juli 1948 het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk verliet en voordien een of meer betalingen van ouderdomsrente ingevolge de wettelijke regelingen van het Verenigd Koninkrijk had ontvangen, heeft hij, indien hij zich op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden bevindt, recht op zodanige rente tot het bedrag, in het derde lid van dit artikel te zijnen aanzien bepaald, en onder dezelfde voorwaarden alsof hij zich op het eerstbedoeld grondgebied bevond. De echtgenote van die persoon heeft, indien zij zich op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden bevindt, recht op zodanige rente tot het bedrag, in genoemd derde lid te haren aanzien bepaald, en onder dezelfde voorwaarden als wanneer zij zich op eerstbedoeld grondgebied bevond. 2. In alle gevallen, waarin een persoon vóór 5 Juli 1948 het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk verliet en, indien dit niet geschied was vóór genoemde datum ouderdomsrente ingevolge eerdergenoemde wettelijke regelingen zou hebben kunnen ontvangen, heeft hij recht op zodanige rente onder de voorwaarden, genoemd in het eerste lid van dit artikel. 3. Het bedrag van de rente, welke ingevolge het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel dient te worden betaald, wordt op de volgende wijze vastgesteld: indien de rente werd betaald vóór de betrokkene het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk verliet, zal het zijn het bedrag, geldend op dat grondgebied op het tijdstip, waarop de rente laatstelijk werd betaald; indien de rente vóór de betrokkene genoemd grondgebied verliet niet werd betaald tengevolge van het feit, dat hij te laat een aanvrage had ingediend of verzuimd had een aanvrage in te dienen, zal het zijn het bedrag van de rente, waarop de betrokkene onmiddellijk vóór hij genoemd grondgebied verliet recht zou hebben gehad, indien op dat tijdstip een aanvraag zou zijn ingediend; indien de rente, vóór de betrokkene (c.q. de echtgenoot van de betrokkene) genoemd grondgebied verliet, niet werd betaald op grond van het feit, dat hij op dat tijdstip de pensioengerechtigde leeftijd niet had bereikt, zal het zijn het bedrag, tot hetwelk de rente zou zijn betaald op die leeftijd, indien de betrokkene op genoemd grondgebied was gebleven tot hij (c.q. de echtgenoot van de betrokkene) bedoelde leeftijd had bereikt en aanspraak had gemaakt; met dien verstande dat, indien de betrokkene genoemd grondgebied op of na 30 September 1946 verliet, het bedrag zal zijn het bedrag, tot hetwelk de rente betaalbaar zou zijn, indien hij op genoemd grondgebied was gebleven. 4. Indien op enig tijdstip de bedragen van de ouderdomsrenten ingevolge de wettelijke regelingen van het Verenigd Koninkrijk vóór 1 October 1946 toegekend, en betaalbaar aan gepensionneerden, die buiten het Verenigd Koninkrijk verblijven, algemeen worden verhoogd, vindt van dezelfde datum af een dergelijke verhoging plaats ten aanzien van de gepensionneerden, die op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden verblijf houden.

Rechtspraak bij dit artikel