Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek betreffende stagiaires· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 30 juni 1958

(1). Het aantal stagiaires dat in elk van de beide landen kan worden toegelaten, mag per kalenderjaar niet meer dan driehonderd bedragen; van Duitse zijde is hierbij inbegrepen het Land Berlijn. De boven het contingent uitgaande aanvragen kunnen onder de in de artikelen 1 tot en met 4 opgenomen voorwaarden in overweging worden genomen, voorzover de toestand van de werkgelegenheid dit toelaat. (2). Een toegelaten stagiaire wordt ten laste van het contingent gebracht onverschillig op welk tijdstip de stagiaire van de toelating gebruik maakt en voor welke duur de vergunning wordt verleend. Stagiaires die bij de aanvang van het jaar reeds in het gebied van het andere land toegelaten waren, worden niet ten laste van het contingent van het lopende kalenderjaar gebracht. Een verlenging van de duur van de arbeidsovereenkomst, zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 3, of een verandering van werkgever, wordt niet als toelating ten laste van het contingent gerekend. (3). Indien het overeengekomen contingent in de loop van een kalenderjaar door de toelating van stagiaires van een van de beide landen niet wordt bereikt, mag het ongebruikte deel van het contingent niet naar het volgende kalenderjaar worden overgeboekt, noch het aantal van de toelatingen van stagiaires van het andere land in dezelfde verhouding worden verminderd. (4). Een wijziging van het contingent kan tot uiterlijk één maand voor het einde van het jaar voor het volgende kalenderjaar door een notawisseling worden vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel