Naar hoofdinhoud

Artikel II

Bijstand en Samenwerking

Onderdeel van Algemene Overeenkomst inzake technische samenwerking tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 21 april 1954

1. De Regering van de Verenigde Staten van Amerika en de Nederlandse Regering verbinden zich met elkander samen te werken bij het uitwisselen van technische kennis en bekwaamheid en bij daarmede in verband staande werkzaamheden welke erop gericht zijn bij te dragen tot een evenwichtige en geïntegreerde ontwikkeling van de economische hulpbronnen en de productie-capaciteit van de Gebieden waarop deze Overeenkomst van toepassing is. Speciale programma's ten aanzien van de technische samenwerking en speciale projecten zullen worden uitgevoerd ingevolge de bepalingen van aparte op schrift gestelde later overeen te komen afspraken of overeenkomsten tussen de “Foreign Operations Administration” van de Verenigde Staten van Amerika en behoorlijk daartoe aangewezen vertegenwoordigers van de Regeringen van de Gebieden, en, indien zulks ter zake dienende is, door de Nederlandse Regering of door andere personen, lichamen of organisaties welke door de beide Regeringen, welke partij zijn bij deze Overeenkomst, zijn aangewezen. 2. De Nederlandse Regering, door middel van haar behoorlijk daartoe aangewezen vertegenwoordigers, in samenwerking met vertegenwoordigers van de Gebieden en van de “Foreign Operations Administration” of andere behoorlijk daartoe aangewezen vertegenwoordigers van de Verenigde Staten van Amerika, en vertegenwoordigers van daarvoor in aanmerking komende internationale organisaties zullen trachten alle programma's ten aanzien van technische samenwerking, welke in de Gebieden worden uitgevoerd, te coördineren en te integreren. 3. De Nederlandse Regering zal haar medewerking verlenen bij het onderling uitwisselen van technische kennis en bekwaamheid met andere landen welke deelnemen in programma's ten aanzien van technische samenwerking. 4. De Nederlandse Regering zal trachten een doeltreffend gebruik te maken van de resultaten van krachtens deze Overeenkomst uitgevoerde programma's en projecten. 5. Indien een van beide Regeringen zulks wenst, zullen de beide Regeringen overleg plegen ten aanzien van elke aangelegenheid welke betrekking heeft op de toepassing van de Overeenkomst, op overeenkomsten ten aanzien van bepaalde programma's of projecten, welke tussen haar reeds zijn gesloten of nog zullen worden gesloten, of op krachtens zodanige overeenkomsten uitgevoerde werkzaamheden of regelingen.

Rechtspraak bij dit artikel