Voor het onderhouden, herstellen, plaatsen, verplaatsen, wijzigen, uitbreiden, aanvullen en in stand houden van lichtboeien bedoeld in artikel 4 is de Belgische Regering aan de Nederlandse Regering jaarlijks een vergoeding verschuldigd voor de tijd, dat deze voorwerpen werkelijk hebben dienst gedaan. Deze vergoeding wordt voor iedere lichtboei bepaald op drieduizend gulden voor een vol jaar. Zij kan jaarlijks worden herzien, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven.
De betaling van de vergoeding geschiedt binnen drie maanden na toezending aan de Belgische Regering van een declaratie door of namens de Nederlandse Regering. Deze declaratie, opgemaakt over het kalenderjaar, wordt uiterlijk op de 15e januari, volgend op het jaar waarop zij betrekking heeft, ingediend. Als bijlage wordt daarbij gevoegd een staat waarin de tijden zijn vermeld, waarop de bedoelde lichtboeien in dat kalenderjaar hebben dienst gedaan.
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, regelende de verlichting en bebakening van de Westerschelde en haar mondingen· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 15 juli 1959