Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 14

Artikel 14

Onderdeel van Europese Overeenkomst betreffende de douanebehandeling van laadborden gebruikt bij internationaal vervoer· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 20 januari 1963

1. Elke Overeenkomstsluitende Partij kan een of meer wijzigingen van deze Overeenkomst voorstellen. De tekst van elke voorgestelde wijziging van deze Overeenkomst wordt ingediend bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die deze tekst ter kennis brengt van alle Overeenkomstsluitende Partijen, alsmede van de overige in het eerste lid van artikel 6 bedoelde landen. 2. Binnen zes maanden na de datum waarop de Secretaris-Generaal de voorgestelde wijziging heeft medegedeeld, kan elke Overeenkomstsluitende Partij aan de Secretaris-Generaal te kennen geven: hetzij dat zij bezwaar heeft tegen de voorgestelde wijziging; hetzij dat, hoewel zij voornemens is het voorstel te aanvaarden, de voorwaarden voor de aanvaarding in haar land nog niet zijn vervuld. 3. De Overeenkomstsluitende Partij die de hiervoor in lid 2 sub b) bedoelde mededeling heeft gedaan kan, zolang zij de Secretaris-Generaal nog niet van haar aanvaarding van de voorgestelde wijziging kennis heeft gegeven, bezwaar indienen tegen de voorgestelde wijziging, binnen negen maanden na het verstrijken van de termijn van zes maanden voorzien voor de mededeling. 4. Indien overeenkomstig de leden 2 en 3 van dit artikel bezwaar tegen de voorgestelde wijziging is ingediend, wordt de wijziging geacht niet te zijn aanvaard en heeft zij geen gevolg. 5. Indien tegen de voorgestelde wijziging geen bezwaar is ingediend overeenkomstig de leden 2 en 3 van dit artikel, wordt de wijziging geacht te zijn aanvaard op het volgende tijdstip: indien geen der Overeenkomstsluitende Partijen een mededeling heeft gedaan overeenkomstig lid 2 sub b) van dit artikel: na het verstrijken van de termijn van zes maanden bedoeld in lid 2; indien een Overeenkomstsluitende Partij een mededeling heeft gedaan aan de Secretaris-Generaal overeenkomstig lid 2 sub b) van dit artikel: op het vroegste van de volgende twee tijdstippen: het tijdstip waarop alle Overeenkomstsluitende Partijen die een zodanige mededeling hebben gedaan, de Secretaris-Generaal van hun aanvaarding van het voorstel kennis hebben gegeven, met dien verstande dat indien van alle aanvaardingen mededeling is gedaan voor het verstrijken van de termijn van zes maanden bedoeld in lid 2, dit tijdstip zal worden beschouwd als het tijdstip waarop bedoelde termijn van 6 maanden afloopt; het tijdstip waarop de termijn van negen maanden bedoeld in lid 3 van dit artikel afloopt. 6. Elke wijziging die geacht wordt te zijn aanvaard, wordt van kracht zes maanden na het tijdstip waarop zij geacht werd aanvaard te zijn. 7. De Secretaris-Generaal deelt alle Overeenkomstsluitende Partijen zo spoedig mogelijk mede of er bezwaar tegen de voorgestelde wijziging is ingediend overeenkomstig lid 2 sub a) van dit artikel en of een of meer Overeenkomstsluitende Partijen een mededeling overeenkomstig b) van dat lid tot hem hebben gericht. In het geval dat een of meer Overeenkomstsluitende Partijen een zodanige mededeling hebben gedaan, doet hij vervolgens aan alle Overeenkomstsluitende Partijen weten of de Overeenkomstsluitende Partijen die een zodanige mededeling hebben gedaan een bezwaar tegen de ontworpen wijziging inbrengen dan wel de wijziging aanvaarden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel